Uitspraken VBC - 31 december 2020

Het Veterinair Beroepscollege heeft op 31 december 2020 enkele uitspraken gedaan.

Kat. Dierenartsen hebben in de gegeven omstandigheden gehandeld conform hetgeen van hen redelijkerwijs mocht worden verwacht. Niet is gebleken dat de dierenartsen in hun handelen of nalaten zodanig veterinair tekort zijn geschoten dat de dierenartsen een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De beroepen zijn ongegrond.

ECLI:NL:TDIVBC:2020:15

Klaagster kan in haar klacht worden ontvangen, maar het Veterinair Beroepscollege zal de klacht tegen de dierverloskundige alsnog ongegrond verklaren. Met betrekking tot de dierenarts moet samenvattend worden geconcludeerd dat het anesthesieprotocol met betrekking tot de keuze en/of dosering van de diergeneesmiddelen een ondeugdelijk protocol was voor de indicatie waarvoor het gebruikt werd en dat in het protocol onvoldoende aandacht was voor controle van parameters tijdens de operatie. Maatregel van berisping.

ECLI:NL:TDIVBC:2020:16

Het Veterinair Beroepscollege komt tot de slotsom dat de dierenarts ernstig te kort is geschoten zowel bij de operatieve ingreep op 17 mei 2017, als in de nazorg en aldus tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het beroep is daarom gegrond. Dit betekent dat de beslissing van het Veterinair Tuchtcollege zal worden vernietigd en dat de klacht alsnog gegrond zal worden verklaard. Het Veterinair Beroepscollege is van oordeel dat eerdere tuchtrechtelijke maatregelen de dierenarts kennelijk niet hebben gebracht tot een meer zorgvuldig veterinair handelen, zodat, mede vanuit preventief oogpunt, een zwaardere sanctie op zijn plaats is. Het Veterinair Beroepscollege acht het daarom passend en geboden de dierenarts de maatregelen op te leggen van een onvoorwaardelijke geldboete van € 2.500,00 en een voorwaardelijke schorsing voor een periode van een jaar met een proeftijd van twee jaar.

ECLI:NL:TDIVBC:2020:17