Den haag, 11 augustus 2026

Op dinsdag 4 augustus 2026 deed het VBC uitspraak in de volgende zaken:

VBC 2026/07 en VBC 2026/08

VBC 2026/09 en VBC 2026/10 

VBC 2026/07 en VBC 2026/08

Korte aanduiding:

Klachten van een diereigenaar tegen twee dierenartsen over de behandeling van een hond. Klaagster kwam met de hond in de praktijk van de dierenartsen, waar geconstateerd werd dat de hond er zeer slecht aan toe was. De dierenartsen hebben in de omstandigheden aanleiding gezien de politie in te schakelen. De hond is vervolgens met toestemming van de officier van justitie in beslag genomen en hierna geëuthanaseerd. Klaagster maakt de dierenartsen verwijten over de diagnosestelling, het inschakelen van de politie en het weigeren van een second opinion. De klachten zijn in eerste aanleg ongegrond verklaard, klaagster heeft beroep ingesteld. Het Veterinair Beroepscollege ziet op basis van het onderzoek in beroep geen aanleiding om tot een andere beoordeling te komen dan het Veterinair Tuchtcollege en neemt de overwegingen van het Veterinair Tuchtcollege die hebben geleid tot de ongegrondverklaring van de klachten over. De beroepen worden verworpen.

ECLI:NL:TDIVBC:2026:7

VBC 2026/09 en VBC 2026/10 

Korte aanduiding:

Klachten van een diereigenaar tegen twee dierenartsen over de behandeling van een hond. Bij de hond was een aantal maanden eerder een kwaadaardige tumor geconstateerd, waarvoor behandeling was ingezet. Klager heeft zich tot een dierenziekenhuis gewend toen de hond niet wilde lopen en eten, had gebraakt en koorts had. Omdat de toestand van de hond verslechterde en klager aanvullend onderzoek wilde, is de hond doorverwezen naar de kliniek van de dierenartsen, waar de hond is opgenomen. Hier verslechterde de toestand van de hond verder, waarna de hond uiteindelijk met toestemming van klager is geëuthanaseerd. Klager maakt de dierenartsen verwijten over hun onderzoek, diagnosestelling en behandeling. De klachten zijn in eerste aanleg ongegrond verklaard, klager heeft beroep ingesteld. Het Veterinair Beroepscollege concludeert dat de dierenartsen aan hun zorgplicht hebben voldaan en dat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen niet is gebleken. De beroepen worden verworpen.

ECLI:NL:TDIVBC:2026:8